Boekfragment 5

Een nogal shockerende Oudejaars-nacht!

Bestel hier het boek

 

    Thomas wil de kerst gezamenlijk vieren, met Patron plus gezin – ze zijn eindelijk een keer in verwachting, tsjongejonge -, en Dorien met haar man Jo. Thomas doet bij de konijnebout een aankondiging.

    ‘Kom allemaal volgende week, met oud en nieuw, naar het Noorderkanaal. Heb ik een verrassing voor jullie.’

    Froukje kijkt hem aan of ze het Noorderkanaal in de fik ziet staan, maar hij houdt zijn kaken op elkaar.

    Iedereen is er op oudejaarsavond om een uur of half twaalf. Patron heeft zelfs zijn ouders meegenomen. De verrassing lijkt niet al te moeilijk te raden, omdat de boot is weggevaren van zijn aanlegplaats, en hier op het breedste stuk van het Noorderkanaal in zijn dooie eentje precies in het midden tussen de walkanten ligt te schitteren. Enkele politieagenten slenteren langs het water. Thomas groet ze, zij knikken minzaam naar hem en naar de boot, met een blik van verstandhouding. Dat wekt bevreemding bij de genodigden. Maar de boot houdt hun aandacht gevangen.

    Froukje is heel gespannen.

    ‘Wat ga je doen?!’ fluistert ze keihard.

    Iedereen speurt naar draadjes met lampjes. Maar het is te donker om die te kunnen zien.

    ‘Ga je nou met het jacht lopen pronken?’ bijt Froukje hem toe. Thomas antwoordt opnieuw niet.

    Om twaalf uur, nadat hier en daar een sirene loeit en een klok luidt en iedereen elkaar in luttele seconden gelukkig nieuwjaar wenst, schiet overal vuurwerk de lucht in. Aller ogen zijn nu gericht op de boot, en dat gaat niet leiden tot een teleurstelling, daar is Thomas vrij zeker van. Rijen Bengaals vuur spuiten vanaf het dek omhoog. Er worden pijlen afgevuurd die hoog boven het Noorderkanaal uiteenspatten in magnifieke schermen van lichte en kleurige hete sneeuwvlokken. Elke pijl bevat een nieuw geheim dat zich in nog geen tien seconden openbaart. Intussen knalt er van alles, en het publiek kan aan boord activiteit waarnemen van zwarte figuren. Een soort Scapinoballet, maar dan zonder de witte handschoenen die op eigen houtje door de lucht zweven. Je ziet ze alleen doordat lichte stukjes struik aan de overkant van het water voortdurend onderbroken worden. Verder gaan ze door hun outfit geheel schuil in de nacht. Ze verraden zich door hun haastige gespring en wegwerpbewegingen van knallers die voor het water te raken exploderen. Thomas kijkt goed om zich heen, en ziet dat iedereen verrukt is. Zelfs Froukje kijkt hem bewonderend aan. Dit is wel even een schouwspel van de eerste orde denkt Thomas voldaan. Het duurt minutenlang. Iedereen joelt, en slaat Thomas op de schouder. Ze zijn niet voor niks gekomen. De laatste pijl gaat de lucht in. Patron ziet als eerste dat de donkere figuren aan de andere kant van het jacht in een klein en net zo donker bootje stappen en naar de overkant varen. De beide politieagenten komen bij de vrolijke groep staan. Deze maakt al aanstalten om weg te wandelen.

    ‘Wacht even!’ zegt Thomas, terwijl hij geconcentreerd naar de boot blijft turen. Dan gebeurt het. De boot explodeert. Een inferno van vuur lekt aan de romp, de kajuit, de mast. Het knettert en sist. Thomas ziet de vlammen op de verbijsterde gezichten van zijn genodigden gloeien. Iedereen komt in beweging en begint wilde kreten te slaken, maar niemand weet wat er gedaan moet worden. Het geheel ziet er reddeloos en wanordelijk uit. Omdat Thomas niets onderneemt, begint langzaam tot alle toeschouwers door te dringen wat hier aan de hand is. Thomas voelt aller ogen op zich gericht en kijkt opzij naar de beide agenten. Deze bezien met een professionele blik de vuurzee midden op het water, totdat deze is uitgewerkt en een troep van drijvend materiaal op het water achterlaat. Nadat de laatste vlammetjes zijn gedoofd, draaien de dienders zich om naar Thomas.

    ‘U zorgt dat de rommel wordt opgeruimd?’

    Hij knikt alleen maar. Ze groeten hem en lopen weg. Froukje komt tegenover hem staan. Ze kijkt hem lang aan. Langs haar heen ziet hij het gezicht van Dorien. Daaruit spreekt iets dat hij uitlegt als medelijden.

 

    Froukje is boos op Thomas. Dat laat ze vreselijk blijken als ze weer samen zijn. Ze neemt hem zijn kapitaalvernietiging zeer kwalijk. Hij vindt het onredelijk. Eerst zegt ze dat ze nooit om rijkdom heeft gevraagd, en als hij ten overstaan van de hele familie met een daad bewijst dat hij zelf ook niet aan zijn geld vastzit, loopt ze te mauwen. Zij daarentegen overlaadt hem met verwijten omdat het Centrum elke cent kan gebruiken, terwijl hij als God in Frankrijk leeft en er zelfs niet voor terugdeinst om een heel vermogen in rook te laten opgaan. Hij op zijn beurt vindt het oneerlijk arm en rijk tegen elkaar uit te spelen om de rijken een schuldgevoel te bezorgen. Ieder leeft op de manier die bij zijn status past. Het is voor het eerst dat hij zichzelf hoort verdedigen met het woord status als verweermiddel. Zij stikt bijna van verontwaardiging en kan geen woord meer uitbrengen. Hij voelt zich verongelijkt omdat zij niet meer op zijn redelijke argumenten wil reageren.

          Enzovoort.